OOBA methodiek

OOBA methodiek

Verbaal - Lage stress
Doelstelling

Cursist kan de onderdelen van de OOBA-cyclus benoemen en toepassen a.d.h.v. een praktijksimulatie

  • Observeren: letterlijk gedrag (verbaal en non verbaal),
  • Oriënteren: de soort agressie (bv. pro- of reactief, op wie gericht, gradatie van de emotie),
  • Beslissen: de meest passende de-escalatie techniek,
  • Actie: neutrale actie met gebruik van stresshantering  en vooruit denken en handelen.

Dit helpt je in een volgende vergelijkbare situatie om sneller te reageren

(doel van de OOBA cyclus).

Dus: →  deze oefening is een middel om maximaal Pro actief te reageren waardoor je situaties voor kunt zijn of in een vroeg stadium kunt bijsturen.

Stress factoren

Als trainer vertel je dat je de kennis gaat testen van de cursist. Je spreekt daarmee een verwachting uit en bouwt daarmee een bepaalde spanning op.

Je benoemt de verantwoordelijkheid van de cursist om kennis van de methodiek die binnen de instelling wordt gehanteerd paraat te hebben.

Materiaal

4 kaartjes (zie hier onder) met daarop een opdracht; voor elk team 1.

Instructie cursisten

De trainer verdeelt de groep in 4 subgroepen (meest ideaal:  4x2 deelnemers):

- Team Observeer

- Team Oriënteer

- Team Besluit

- Team Actie

De duo’s zitten en vormen samen een carré (in elke hoek een duo).

Vervolgens krijgt elk team een opdrachtkaart met instructie. De acteur komt het Carré binnen en zet door trainer geformuleerd gedrag neer richting Team Observeer (andere 3 teams zien daardoor niet goed wat er non verbaal gebeurt; prima, dit is ook hun opdracht niet).

Niemand hoeft te reageren. De opdracht is (voor Team Observeer) om alleen te observeren.

Zodra de trainer de situatie stop heeft gezet mag Team Observeer beginnen met hun opdracht.  De trainer waakt er voor dat men alleen de taak uitvoert welke op het betreffende kaartje staat. Als men klaar is met de opdracht dan geeft men de informatie (‘het stokje’) door aan het volgende team. Je mag deze ontvangen informatie niet veranderen! Op basis van deze informatie ga je door met je eigen opdracht en geeft  vervolgens ‘het  stokje’ weer door.

NB. De oriëntatie fase is breed (zie ook info OOBA in hand out).

In deze oefening beperken we ons tot de genoemde punten in de opdracht.

 

 

 

Instructie acteur

De acteur komt het carré binnen en zet door trainer geformuleerd gedrag neer.

Mooiste is om 2 gedragingen te combineren. Bv situatie gericht gaat (al snel) over in jij gericht gedrag. Dat maakt de opdracht ingewikkelder voor de cursist en daardoor meer leerbaar. Houd het compact. In 2 tot maximaal 4 zinnen heb je het totaal neer gezet.

De acteur richt zich op Team Observeer. Na het ‘neerzetten’ zet de trainer de  situatie stop.

Wanneer Team Actie er klaar voor is om de keuze van team Besluit uit te voeren kom je opnieuw het carré binnen en zet je hetzelfde gedrag weer neer. Dit maal gericht op Team Actie.

 

 

 

Didaktische aandachtspunten

 

 Meteen ingrijpen wanneer een Team afwijkt van hun specifieke opdracht.

Strak aansturen voor snel verloop. Vraag om kort en bondig antwoord van elk Team.  Bouw wel rust in; het is geen echte estafette.

Gebruik daadwerkelijk de term ‘Het stokje over geven’ want dit duidt er op dat je informatie 'over  geeft’ of wel elkaar aflost. Dat is wat we in deze oefening bewust doen. Je gaat in deze oefening door op de interpretatie en de keuze van de andere teams.

Aangekomen bij Team Oriënteer: Koppel aan de emotieschaal de 3 I’s uit eerder gegeven theorie. Vraag het team welke leidend was.

Team Oriënteer heeft ook als opdracht om gedrag te trechteren in een werkwoord. Dit kunnen er meerdere zijn. Vraag dan waar Team Oriënteer zich op wil richten wanneer er straks overgegaan wordt tot Actie.

Het kan zijn dat je tijdens of aan het einde van het doorlopen van de cyclus tot de conclusie komt dat het gewenste doel niet wordt bereikt. Samen ga je dan na in welk Team het wenselijk is om de doorgegeven informatie te heroverwegen. Desgewenst doorloop je dan opnieuw de OOBA cyclus.

Variant: Andere teams sluiten de ogen of draaien om wanneer Team Observeer het gedrag ontvangt.

TEAM OBSERVEER

Observeer waarneembaar gedrag en benoem dit.

  • Verbaal: bv Hij zegt: “jij bekijkt het maar vieze trut!”
  • Lichaamstaal: bv Hij wijst.
  • Afstand/nabijheid: bv. Staat dicht bij               (intieme ruimte)
  • Mimiek: bv Fronsende wenkbrauwen
  • Stemgebruik: bv Het stemvolume is 9                   (op schaal van 10)

TEAM BESLUIT

Veilig en wel/niet beïnvloedbaar?

Maak dan een keuze uit de  ABCD-technieken, bepaal eventuele volgorde en benoem concreet hoe deze toegepast moeten worden:

  • Verbaal (taal, tekst)
  • Non verbaal (houding, mimiek, afstand/nabijheid,stemgebruik )

Niet veilig

Neem veilige afstand/pas PVT-technieken toe/ beëindig het gesprek/werk mee

 

TEAM ACTIE

  • Zet de keuze van Team Besluit in.
  • Zet daarbij bewust stresshantering in.

bv. autogene buikademhaling,focus op doelstelling en interventie      

 

TEAM ORIËNTEER

Geef aan waar iemand zit op de emotieschaal boos.

ongenoegen-frustratie-boos-woede-razernij

Geef aan of het gedragRe-actief of Pro-actief van aard is.

Insinct leidend

Intuitie leidend

Intellect leidend

Geef aan of het gedrag:

- op zichzelf gericht 

- jullie gericht of omgevings gericht

- jij gericht met lage impact of

- jij gericht met hoge impact is.

Trechter het gedrag door het een werkwoord te geven. 

Dreigen, schreeuwen, uitschelden, intimideren, commanderen etc.      

 

                                                                                                                           

                                                                                                                                      

 

 

Begin situatie